RJ-Uiting 2021-3: Verwerking baten uit nalatenschappen
Naar aanleiding van commentaar op RJ-Uiting 2020-10 wordt deze op een aantal punten herzien. In RJ-Uiting 2021-3 gaat de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) daar verder op in.

Naar aanleiding van commentaar op RJ-Uiting 2020-10 wordt deze op een aantal punten herzien. In RJ-Uiting 2021-3 gaat de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) daar verder op in.

De Raad voor de Verslaggeving (RJ) stelt in zijn tweede Uiting van het jaar dat aanpassingen in de IFRS vanwege IBOR-reform er niet toe leiden dat de Richtlijnen worden aangepast.

In zijn nieuwste Uiting heeft de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) onder meer commentaren op RJ-Uiting 2020-11 verwerkt. De commentaren hebben tot enkele aanvullende verduidelijkingen in RJ 100 geleid. De wijzigingen zijn van kracht voor verslagjaren vanaf 1 januari 2021.

De Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) heeft commentaren op 'Ontwerprichtlijnen voor de verslaggeving van opbrengsten' uit de RJ-bundel en RJk-bundel jaareditie 2020 beoordeeld en dat heeft tot wijzigingen geleid.

In de RJ-bundel jaareditie 2020 is een aantal wijzigingen in hoofdstuk 122 'Prijsgrondslagen voor vreemde valuta' doorgevoerd vanwege vragen om de overgangsperiode die daarin wordt bepaald. Ter verduidelijking heeft de Raad voor de Verslaggeving de overgangsbepaling gewijzigd.

In zijn nieuwste Uiting gaat de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) in op praktijkvragen wat betreft de verslaggeving van de tegemoetkoming in de loonkosten wegens de coronacrisis, oftewel de NOW.

In Nederland zijn we gewend dat in de jaarrekening van een groepshoofd het vermogen en resultaat in de enkelvoudige jaarrekening gelijk is aan dat in de geconsolideerde jaarrekening. Dat volgt uit de waardering van de belangen in dochtermaatschappijen tegen nettovermogenswaarde, dus het nettobedrag van de boekwaarden van activa en verplichtingen die ook in de geconsolideerde jaarrekening worden gebruikt.

Vanwege de ongunstige economische ontwikkelingen als gevolg van de coronacrisis komt het voor dat lessors/verhuurders een tegemoetkoming doen aan lessees/huurders door huurbedragen tijdelijk te verlagen of uitstel van betaling te verlenen. Daar waar leasebedragen tijdelijk worden verlaagd, komt de vraag op hoe deze verlaging in de jaarrekening moet worden verwerkt.

In deze RJ-Uiting stelt de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) voor om de alinea's met betrekking tot de toepassing van combinatie 3 in de enkelvoudige jaarrekening te verduidelijken, mede naar aanleiding van ontvangen commentaren inzake RJ-Uiting 2018-1.

De Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) stelt voor in Richtlijn 640 'Organisatie-zonder-winststreven' te verduidelijken op welk moment de omvang van een bate uit nalatenschap betrouwbaar kan worden vastgesteld. Deze verduidelijking is nodig omdat in de praktijk verschillend wordt omgegaan met het moment vannverwerking.